HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontlopen — definition

Conjugation of ontlopen

Regular CEFR C1
ˌɔntˈloː.pə(n)

een bepaald lot vermijden, ontkomen aan iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontloop
jij / je ontloopt
hij / zij / het ontloopt
wij / we ontlopen
jullie ontlopen
zij / ze ontlopen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontliep
jij / je ontliep
hij / zij / het ontliep
wij / we ontliepen
jullie ontliepen
zij / ze ontliepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontlope
jij / je ontlope
hij / zij / het ontlope
wij / we ontlopen
jullie ontlopen
zij / ze ontlopen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontliepe
jij / je ontliepe
hij / zij / het ontliepe
wij / we ontliepen
jullie ontliepen
zij / ze ontliepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontloop
jullie (archaïsch) ontloopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontlopen
Tegenwoordig deelwoord
ontlopend
Voltooid deelwoord
ontlopen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary