HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontloopen — definición

Conjugation of ontloopen

Regular CEFR B2

obsolete spelling of ontlopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontloop
jij / je ontloopt
hij / zij / het ontloopt
wij / we ontloopen
jullie ontloopen
zij / ze ontloopen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontliep
jij / je ontliep
hij / zij / het ontliep
wij / we ontliepen
jullie ontliepen
zij / ze ontliepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontloope
jij / je ontloope
hij / zij / het ontloope
wij / we ontloopen
jullie ontloopen
zij / ze ontloopen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontliepe
jij / je ontliepe
hij / zij / het ontliepe
wij / we ontliepen
jullie ontliepen
zij / ze ontliepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontloop
jullie (archaïsch) ontloopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontloopen
Tegenwoordig deelwoord
ontloopend
Voltooid deelwoord
ontloopen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary