HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontlenen — definition

Conjugation of ontlenen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈleː.nə(n)

een element gaan gebruiken van wat elders in gebruik was Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontleen
jij / je ontleent
hij / zij / het ontleent
wij / we ontlenen
jullie ontlenen
zij / ze ontlenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontleende
jij / je ontleende
hij / zij / het ontleende
wij / we ontleenden
jullie ontleenden
zij / ze ontleenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontlene
jij / je ontlene
hij / zij / het ontlene
wij / we ontlenen
jullie ontlenen
zij / ze ontlenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontleende
jij / je ontleende
hij / zij / het ontleende
wij / we ontleenden
jullie ontleenden
zij / ze ontleenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontleen
jullie (archaïsch) ontleent

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontlenen
Tegenwoordig deelwoord
ontlenend
Voltooid deelwoord
ontleend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary