HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontlasten — definition

Conjugation of ontlasten

Regular CEFR C2
ˌɔntˈlɑs.tə(n)

zich ~ zich ontdoen van zijn uitwerpselen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontlast
jij / je ontlast
hij / zij / het ontlast
wij / we ontlasten
jullie ontlasten
zij / ze ontlasten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontlastte
jij / je ontlastte
hij / zij / het ontlastte
wij / we ontlastten
jullie ontlastten
zij / ze ontlastten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontlaste
jij / je ontlaste
hij / zij / het ontlaste
wij / we ontlasten
jullie ontlasten
zij / ze ontlasten
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontlastte
jij / je ontlastte
hij / zij / het ontlastte
wij / we ontlastten
jullie ontlastten
zij / ze ontlastten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontlast
jullie (archaïsch) ontlast

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontlasten
Tegenwoordig deelwoord
ontlastend
Voltooid deelwoord
ontlast

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary