HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontkoppelen — definición

Conjugation of ontkoppelen

Regular CEFR C2
/ˌɔntˈkɔ.pə.lə(n)/

een koppeling verbreken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontkoppel
jij / je ontkoppelt
hij / zij / het ontkoppelt
wij / we ontkoppelen
jullie ontkoppelen
zij / ze ontkoppelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontkoppelde
jij / je ontkoppelde
hij / zij / het ontkoppelde
wij / we ontkoppelden
jullie ontkoppelden
zij / ze ontkoppelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontkoppele
jij / je ontkoppele
hij / zij / het ontkoppele
wij / we ontkoppelen
jullie ontkoppelen
zij / ze ontkoppelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontkoppelde
jij / je ontkoppelde
hij / zij / het ontkoppelde
wij / we ontkoppelden
jullie ontkoppelden
zij / ze ontkoppelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontkoppel
jullie (archaïsch) ontkoppelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontkoppelen
Tegenwoordig deelwoord
ontkoppelend
Voltooid deelwoord
ontkoppeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary