Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontkracht |
| jij / je | ontkracht |
| hij / zij / het | ontkracht |
| wij / we | ontkrachten |
| jullie | ontkrachten |
| zij / ze | ontkrachten |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontkrachtte |
| jij / je | ontkrachtte |
| hij / zij / het | ontkrachtte |
| wij / we | ontkrachtten |
| jullie | ontkrachtten |
| zij / ze | ontkrachtten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontkrachte |
| jij / je | ontkrachte |
| hij / zij / het | ontkrachte |
| wij / we | ontkrachten |
| jullie | ontkrachten |
| zij / ze | ontkrachten |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontkrachtte |
| jij / je | ontkrachtte |
| hij / zij / het | ontkrachtte |
| wij / we | ontkrachtten |
| jullie | ontkrachtten |
| zij / ze | ontkrachtten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontkracht |
| jullie (archaïsch) | ontkracht |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontkrachten |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontkrachtend |
Voltooid deelwoord
| — | ontkracht |