HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontgeven — definition

Conjugation of ontgeven

Regular CEFR B2
ɔntˈɣeːvə(n)

iets opgeven, zich tegen iets verzetten, afstand van iets doen, verwerpen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontgeef
jij / je ontgeeft
hij / zij / het ontgeeft
wij / we ontgeven
jullie ontgeven
zij / ze ontgeven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontgaf
jij / je ontgaf
hij / zij / het ontgaf
wij / we ontgaven
jullie ontgaven
zij / ze ontgaven

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontgeve
jij / je ontgeve
hij / zij / het ontgeve
wij / we ontgeven
jullie ontgeven
zij / ze ontgeven
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontgave
jij / je ontgave
hij / zij / het ontgave
wij / we ontgaven
jullie ontgaven
zij / ze ontgaven

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontgeef
jullie (archaïsch) ontgeeft

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontgeven
Tegenwoordig deelwoord
ontgevend
Voltooid deelwoord
ontgeven

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary