Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontgift |
| jij / je | ontgift |
| hij / zij / het | ontgift |
| wij / we | ontgiften |
| jullie | ontgiften |
| zij / ze | ontgiften |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontgiftte |
| jij / je | ontgiftte |
| hij / zij / het | ontgiftte |
| wij / we | ontgiftten |
| jullie | ontgiftten |
| zij / ze | ontgiftten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontgifte |
| jij / je | ontgifte |
| hij / zij / het | ontgifte |
| wij / we | ontgiften |
| jullie | ontgiften |
| zij / ze | ontgiften |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontgiftte |
| jij / je | ontgiftte |
| hij / zij / het | ontgiftte |
| wij / we | ontgiftten |
| jullie | ontgiftten |
| zij / ze | ontgiftten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontgift |
| jullie (archaïsch) | ontgift |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontgiften |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontgiftend |
Voltooid deelwoord
| — | ontgift |