HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbloten — definition

Conjugation of ontbloten

Regular CEFR B2
ˌɔntˈbloː.tə(n)

de bedekking van iets wegnemen, gewoonlijk een lichaamsdeel Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbloot
jij / je ontbloot
hij / zij / het ontbloot
wij / we ontbloten
jullie ontbloten
zij / ze ontbloten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontblootte
jij / je ontblootte
hij / zij / het ontblootte
wij / we ontblootten
jullie ontblootten
zij / ze ontblootten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontblote
jij / je ontblote
hij / zij / het ontblote
wij / we ontbloten
jullie ontbloten
zij / ze ontbloten
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontblootte
jij / je ontblootte
hij / zij / het ontblootte
wij / we ontblootten
jullie ontblootten
zij / ze ontblootten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbloot
jullie (archaïsch) ontbloot

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbloten
Tegenwoordig deelwoord
ontblotend
Voltooid deelwoord
ontbloot

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary