HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontbitteren — definition

Conjugation of ontbitteren

Regular CEFR C1
ˌɔntˈbɪ.tə.rə(n)

to become less bitter Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontbitter
jij / je ontbittert
hij / zij / het ontbittert
wij / we ontbitteren
jullie ontbitteren
zij / ze ontbitteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontbitterde
jij / je ontbitterde
hij / zij / het ontbitterde
wij / we ontbitterden
jullie ontbitterden
zij / ze ontbitterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontbittere
jij / je ontbittere
hij / zij / het ontbittere
wij / we ontbitteren
jullie ontbitteren
zij / ze ontbitteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontbitterde
jij / je ontbitterde
hij / zij / het ontbitterde
wij / we ontbitterden
jullie ontbitterden
zij / ze ontbitterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontbitter
jullie (archaïsch) ontbittert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontbitteren
Tegenwoordig deelwoord
ontbitterend
Voltooid deelwoord
ontbitterd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary