Conjugation of ontbinden
/ˌɔntˈbɪn.də(n)/het bepalen van de factoren waaruit een getal of uitdrukking is samengesteld Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontbind |
| jij / je | ontbindt |
| hij / zij / het | ontbindt |
| wij / we | ontbinden |
| jullie | ontbinden |
| zij / ze | ontbinden |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontbond |
| jij / je | ontbond |
| hij / zij / het | ontbond |
| wij / we | ontbonden |
| jullie | ontbonden |
| zij / ze | ontbonden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontbinde |
| jij / je | ontbinde |
| hij / zij / het | ontbinde |
| wij / we | ontbinden |
| jullie | ontbinden |
| zij / ze | ontbinden |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontbonde |
| jij / je | ontbonde |
| hij / zij / het | ontbonde |
| wij / we | ontbonden |
| jullie | ontbonden |
| zij / ze | ontbonden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontbind |
| jullie (archaïsch) | ontbindt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontbinden |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontbindend |
Voltooid deelwoord
| — | ontbonden |