Conjugation of onderwerpen
/ɔn.dərˈʋɛr.pə(n)/zijn gezag vestigen over iets of iemand, meestal met geweld. Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderwerp |
| jij / je | onderwerpt |
| hij / zij / het | onderwerpt |
| wij / we | onderwerpen |
| jullie | onderwerpen |
| zij / ze | onderwerpen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderwierp |
| jij / je | onderwierp |
| hij / zij / het | onderwierp |
| wij / we | onderwierpen |
| jullie | onderwierpen |
| zij / ze | onderwierpen |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderwerpe |
| jij / je | onderwerpe |
| hij / zij / het | onderwerpe |
| wij / we | onderwerpen |
| jullie | onderwerpen |
| zij / ze | onderwerpen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderwierpe |
| jij / je | onderwierpe |
| hij / zij / het | onderwierpe |
| wij / we | onderwierpen |
| jullie | onderwierpen |
| zij / ze | onderwierpen |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderwerp |
| jullie (archaïsch) | onderwerpt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderwerpen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderwerpend |
Voltooid deelwoord
| — | onderworpen |