Conjugation of onderschragen
/ˌɔn.dərˈsxraː.ɣə(n)/to support (underneath) Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderschraag |
| jij / je | onderschraagt |
| hij / zij / het | onderschraagt |
| wij / we | onderschragen |
| jullie | onderschragen |
| zij / ze | onderschragen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderschraagde |
| jij / je | onderschraagde |
| hij / zij / het | onderschraagde |
| wij / we | onderschraagden |
| jullie | onderschraagden |
| zij / ze | onderschraagden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderschrage |
| jij / je | onderschrage |
| hij / zij / het | onderschrage |
| wij / we | onderschragen |
| jullie | onderschragen |
| zij / ze | onderschragen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderschraagde |
| jij / je | onderschraagde |
| hij / zij / het | onderschraagde |
| wij / we | onderschraagden |
| jullie | onderschraagden |
| zij / ze | onderschraagden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderschraag |
| jullie (archaïsch) | onderschraagt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderschragen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderschragend |
Voltooid deelwoord
| — | onderschraagd |