Conjugation of onderschrijden
/ˌɔn.dərˈsxrɛi̯.də(n)/aan deze kant van een grens blijven (bijv. minder geld uitgeven dan wat is toegestaan) Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderschrijd |
| jij / je | onderschrijdt |
| hij / zij / het | onderschrijdt |
| wij / we | onderschrijden |
| jullie | onderschrijden |
| zij / ze | onderschrijden |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderschreed |
| jij / je | onderschreed |
| hij / zij / het | onderschreed |
| wij / we | onderschreden |
| jullie | onderschreden |
| zij / ze | onderschreden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderschrijde |
| jij / je | onderschrijde |
| hij / zij / het | onderschrijde |
| wij / we | onderschrijden |
| jullie | onderschrijden |
| zij / ze | onderschrijden |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderschrede |
| jij / je | onderschrede |
| hij / zij / het | onderschrede |
| wij / we | onderschreden |
| jullie | onderschreden |
| zij / ze | onderschreden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderschrijd |
| jullie (archaïsch) | onderschrijdt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderschrijden |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderschrijdend |
Voltooid deelwoord
| — | onderschreden |