HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← notuleren — definición

Conjugation of notuleren

Regular CEFR B2

de voortgang van een vergadering schriftelijk vastleggen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik notuleer
jij / je notuleert
hij / zij / het notuleert
wij / we notuleren
jullie notuleren
zij / ze notuleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik notuleerde
jij / je notuleerde
hij / zij / het notuleerde
wij / we notuleerden
jullie notuleerden
zij / ze notuleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik notulere
jij / je notulere
hij / zij / het notulere
wij / we notuleren
jullie notuleren
zij / ze notuleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik notuleerde
jij / je notuleerde
hij / zij / het notuleerde
wij / we notuleerden
jullie notuleerden
zij / ze notuleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij notuleer
jullie (archaïsch) notuleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
notuleren
Tegenwoordig deelwoord
notulerend
Voltooid deelwoord
genotuleerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary