HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← nuanceren — definition

Conjugation of nuanceren

Regular CEFR B2
ˌny.ɑnˈsɪː.rə(n)

in een discussie aangeven dat de waarheid meer in het midden ligt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik nuanceer
jij / je nuanceert
hij / zij / het nuanceert
wij / we nuanceren
jullie nuanceren
zij / ze nuanceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik nuanceerde
jij / je nuanceerde
hij / zij / het nuanceerde
wij / we nuanceerden
jullie nuanceerden
zij / ze nuanceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik nuancere
jij / je nuancere
hij / zij / het nuancere
wij / we nuanceren
jullie nuanceren
zij / ze nuanceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik nuanceerde
jij / je nuanceerde
hij / zij / het nuanceerde
wij / we nuanceerden
jullie nuanceerden
zij / ze nuanceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij nuanceer
jullie (archaïsch) nuanceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
nuanceren
Tegenwoordig deelwoord
nuancerend
Voltooid deelwoord
genuanceerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary