HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← moraliseeren — definición

Conjugation of moraliseeren

Regular CEFR C1

obsolete spelling of moraliseren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik moraliseer
jij / je moraliseert
hij / zij / het moraliseert
wij / we moraliseeren
jullie moraliseeren
zij / ze moraliseeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik moraliseerde
jij / je moraliseerde
hij / zij / het moraliseerde
wij / we moraliseerden
jullie moraliseerden
zij / ze moraliseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik moraliseere
jij / je moraliseere
hij / zij / het moraliseere
wij / we moraliseeren
jullie moraliseeren
zij / ze moraliseeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik moraliseerde
jij / je moraliseerde
hij / zij / het moraliseerde
wij / we moraliseerden
jullie moraliseerden
zij / ze moraliseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij moraliseer
jullie (archaïsch) moraliseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
moraliseeren
Tegenwoordig deelwoord
moraliseerend
Voltooid deelwoord
gemoraliseerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary