HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← manoeuvreren — definición

Conjugation of manoeuvreren

Regular CEFR C2
/maː.nuˈvreː.rə(n)/

besturen, laten bewegen van voertuigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik manoeuvreer
jij / je manoeuvreert
hij / zij / het manoeuvreert
wij / we manoeuvreren
jullie manoeuvreren
zij / ze manoeuvreren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik manoeuvreerde
jij / je manoeuvreerde
hij / zij / het manoeuvreerde
wij / we manoeuvreerden
jullie manoeuvreerden
zij / ze manoeuvreerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik manoeuvrere
jij / je manoeuvrere
hij / zij / het manoeuvrere
wij / we manoeuvreren
jullie manoeuvreren
zij / ze manoeuvreren
Aanvoegende wijs — verleden
ik manoeuvreerde
jij / je manoeuvreerde
hij / zij / het manoeuvreerde
wij / we manoeuvreerden
jullie manoeuvreerden
zij / ze manoeuvreerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij manoeuvreer
jullie (archaïsch) manoeuvreert

Onbepaalde vormen

Infinitief
manoeuvreren
Tegenwoordig deelwoord
manoeuvrerend
Voltooid deelwoord
gemanoeuvreerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary