HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← mandiën — definition

Conjugation of mandiën

Regular CEFR B1
ˈmɑn.di.ə(n)

douchen door bekers of kleine emmers water over zich heen te gieten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik mandie
jij / je mandiet
hij / zij / het mandiet
wij / we mandiën
jullie mandiën
zij / ze mandiën
Verleden tijd (o.v.t.)
ik mandiede
jij / je mandiede
hij / zij / het mandiede
wij / we mandieden
jullie mandieden
zij / ze mandieden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik mandië
jij / je mandië
hij / zij / het mandië
wij / we mandiën
jullie mandiën
zij / ze mandiën
Aanvoegende wijs — verleden
ik mandiede
jij / je mandiede
hij / zij / het mandiede
wij / we mandieden
jullie mandieden
zij / ze mandieden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij mandie
jullie (archaïsch) mandiet

Onbepaalde vormen

Infinitief
mandiën
Tegenwoordig deelwoord
mandiënd
Voltooid deelwoord
gemandied

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary