HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← manen — definición

Conjugation of manen

Regular CEFR C2
/ˈmaː.nə(n)/

gebieden iets te doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik maan
jij / je maant
hij / zij / het maant
wij / we manen
jullie manen
zij / ze manen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik maande
jij / je maande
hij / zij / het maande
wij / we maanden
jullie maanden
zij / ze maanden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik mane
jij / je mane
hij / zij / het mane
wij / we manen
jullie manen
zij / ze manen
Aanvoegende wijs — verleden
ik maande
jij / je maande
hij / zij / het maande
wij / we maanden
jullie maanden
zij / ze maanden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij maan
jullie (archaïsch) maant

Onbepaalde vormen

Infinitief
manen
Tegenwoordig deelwoord
manend
Voltooid deelwoord
gemaand

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary