HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← loven — definición

Conjugation of loven

Regular CEFR C2
/ˈloː.və(n)/

blijk geven van bewondering Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik loof
jij / je looft
hij / zij / het looft
wij / we loven
jullie loven
zij / ze loven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik loofde
jij / je loofde
hij / zij / het loofde
wij / we loofden
jullie loofden
zij / ze loofden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik love
jij / je love
hij / zij / het love
wij / we loven
jullie loven
zij / ze loven
Aanvoegende wijs — verleden
ik loofde
jij / je loofde
hij / zij / het loofde
wij / we loofden
jullie loofden
zij / ze loofden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij loof
jullie (archaïsch) looft

Onbepaalde vormen

Infinitief
loven
Tegenwoordig deelwoord
lovend
Voltooid deelwoord
geloofd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary