HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← lozen — definition

Conjugation of lozen

Regular CEFR C2
ˈloː.zə(n)

iets uitwerpen, kwijt zien te raken, gewoonlijk een vloeistof Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik loos
jij / je loost
hij / zij / het loost
wij / we lozen
jullie lozen
zij / ze lozen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik loosde
jij / je loosde
hij / zij / het loosde
wij / we loosden
jullie loosden
zij / ze loosden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik loze
jij / je loze
hij / zij / het loze
wij / we lozen
jullie lozen
zij / ze lozen
Aanvoegende wijs — verleden
ik loosde
jij / je loosde
hij / zij / het loosde
wij / we loosden
jullie loosden
zij / ze loosden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij loos
jullie (archaïsch) loost

Onbepaalde vormen

Infinitief
lozen
Tegenwoordig deelwoord
lozend
Voltooid deelwoord
geloosd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary