HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← lonen — definición

Conjugation of lonen

Regular CEFR C2
/ˈloːnə(n)/

meer opleveren dan het kost rapporter (rapɔʀte) payer (peje) Je hypotheek oversluiten tegen een lagere rente is niet lonend als je een hoge boeterente moet betalen. Renégocier son crédit hypothécaire Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik loon
jij / je loont
hij / zij / het loont
wij / we lonen
jullie lonen
zij / ze lonen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik loonde
jij / je loonde
hij / zij / het loonde
wij / we loonden
jullie loonden
zij / ze loonden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik lone
jij / je lone
hij / zij / het lone
wij / we lonen
jullie lonen
zij / ze lonen
Aanvoegende wijs — verleden
ik loonde
jij / je loonde
hij / zij / het loonde
wij / we loonden
jullie loonden
zij / ze loonden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij loon
jullie (archaïsch) loont

Onbepaalde vormen

Infinitief
lonen
Tegenwoordig deelwoord
lonend
Voltooid deelwoord
geloond

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary