HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← koken — definición

Conjugation of koken

Regular CEFR B1
/ˈkoː.kə(n)/

een vloeistof (vooral water) net zolang verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kook
jij / je kookt
hij / zij / het kookt
wij / we koken
jullie koken
zij / ze koken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kookte
jij / je kookte
hij / zij / het kookte
wij / we kookten
jullie kookten
zij / ze kookten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik koke
jij / je koke
hij / zij / het koke
wij / we koken
jullie koken
zij / ze koken
Aanvoegende wijs — verleden
ik kookte
jij / je kookte
hij / zij / het kookte
wij / we kookten
jullie kookten
zij / ze kookten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kook
jullie (archaïsch) kookt

Onbepaalde vormen

Infinitief
koken
Tegenwoordig deelwoord
kokend
Voltooid deelwoord
gekookt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary