HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kantelen — definition

Conjugation of kantelen

Regular CEFR C2
ˈkɑntələ(n)

wat verdraaien om een horizontale as Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kantel
jij / je kantelt
hij / zij / het kantelt
wij / we kantelen
jullie kantelen
zij / ze kantelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kantelde
jij / je kantelde
hij / zij / het kantelde
wij / we kantelden
jullie kantelden
zij / ze kantelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kantele
jij / je kantele
hij / zij / het kantele
wij / we kantelen
jullie kantelen
zij / ze kantelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik kantelde
jij / je kantelde
hij / zij / het kantelde
wij / we kantelden
jullie kantelden
zij / ze kantelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kantel
jullie (archaïsch) kantelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
kantelen
Tegenwoordig deelwoord
kantelend
Voltooid deelwoord
gekanteld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary