HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kanten — definition

Conjugation of kanten

Regular CEFR B1
ˈkɑn.tə(n)

zich verzetten tegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kant
jij / je kant
hij / zij / het kant
wij / we kanten
jullie kanten
zij / ze kanten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kantte
jij / je kantte
hij / zij / het kantte
wij / we kantten
jullie kantten
zij / ze kantten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kante
jij / je kante
hij / zij / het kante
wij / we kanten
jullie kanten
zij / ze kanten
Aanvoegende wijs — verleden
ik kantte
jij / je kantte
hij / zij / het kantte
wij / we kantten
jullie kantten
zij / ze kantten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kant
jullie (archaïsch) kant

Onbepaalde vormen

Infinitief
kanten
Tegenwoordig deelwoord
kantend
Voltooid deelwoord
gekant

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary