HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← jagen — definition

Conjugation of jagen

Regular CEFR B1
ˈjaːɣə(n)

bewegende wezens (m.n. wilde dieren) proberen te vangen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik jaag
jij / je jaagt
hij / zij / het jaagt
wij / we jagen
jullie jagen
zij / ze jagen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik joeg
jij / je joeg
hij / zij / het joeg
wij / we joegen
jullie joegen
zij / ze joegen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik jage
jij / je jage
hij / zij / het jage
wij / we jagen
jullie jagen
zij / ze jagen
Aanvoegende wijs — verleden
ik joege
jij / je joege
hij / zij / het joege
wij / we joegen
jullie joegen
zij / ze joegen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij jaag
jullie (archaïsch) jaagt

Onbepaalde vormen

Infinitief
jagen
Tegenwoordig deelwoord
jagend
Voltooid deelwoord
gejaagd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary