HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← imponeren — definition

Conjugation of imponeren

Regular CEFR C2
ˌɪm.poːˈneː.rə(n)

ontzag inboezemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik imponeer
jij / je imponeert
hij / zij / het imponeert
wij / we imponeren
jullie imponeren
zij / ze imponeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik imponeerde
jij / je imponeerde
hij / zij / het imponeerde
wij / we imponeerden
jullie imponeerden
zij / ze imponeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik imponere
jij / je imponere
hij / zij / het imponere
wij / we imponeren
jullie imponeren
zij / ze imponeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik imponeerde
jij / je imponeerde
hij / zij / het imponeerde
wij / we imponeerden
jullie imponeerden
zij / ze imponeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij imponeer
jullie (archaïsch) imponeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
imponeren
Tegenwoordig deelwoord
imponerend
Voltooid deelwoord
geïmponeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary