Conjugation of importeren
/ˌɪmporˈterə(n)/invoeren van gegevens in een informatiesysteem Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | importeer |
| jij / je | importeert |
| hij / zij / het | importeert |
| wij / we | importeren |
| jullie | importeren |
| zij / ze | importeren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | importeerde |
| jij / je | importeerde |
| hij / zij / het | importeerde |
| wij / we | importeerden |
| jullie | importeerden |
| zij / ze | importeerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | importere |
| jij / je | importere |
| hij / zij / het | importere |
| wij / we | importeren |
| jullie | importeren |
| zij / ze | importeren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | importeerde |
| jij / je | importeerde |
| hij / zij / het | importeerde |
| wij / we | importeerden |
| jullie | importeerden |
| zij / ze | importeerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | importeer |
| jullie (archaïsch) | importeert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | importeren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | importerend |
Voltooid deelwoord
| — | geïmporteerd |