HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← imploderen — definition

Conjugation of imploderen

Regular CEFR C2
ˌɪm.ploːˈdeː.rə(n)

in elkaar ploffen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik implodeer
jij / je implodeert
hij / zij / het implodeert
wij / we imploderen
jullie imploderen
zij / ze imploderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik implodeerde
jij / je implodeerde
hij / zij / het implodeerde
wij / we implodeerden
jullie implodeerden
zij / ze implodeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik implodere
jij / je implodere
hij / zij / het implodere
wij / we imploderen
jullie imploderen
zij / ze imploderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik implodeerde
jij / je implodeerde
hij / zij / het implodeerde
wij / we implodeerden
jullie implodeerden
zij / ze implodeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij implodeer
jullie (archaïsch) implodeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
imploderen
Tegenwoordig deelwoord
imploderend
Voltooid deelwoord
geïmplodeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary