HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← haten — definition

Conjugation of haten

Regular CEFR B1
ˈɦaːtə(n)

kwade gevoelens jegens iemand koesteren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik haat
jij / je haat
hij / zij / het haat
wij / we haten
jullie haten
zij / ze haten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik haatte
jij / je haatte
hij / zij / het haatte
wij / we haatten
jullie haatten
zij / ze haatten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hate
jij / je hate
hij / zij / het hate
wij / we haten
jullie haten
zij / ze haten
Aanvoegende wijs — verleden
ik haatte
jij / je haatte
hij / zij / het haatte
wij / we haatten
jullie haatten
zij / ze haatten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij haat
jullie (archaïsch) haat

Onbepaalde vormen

Infinitief
haten
Tegenwoordig deelwoord
hatend
Voltooid deelwoord
gehaat

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary