HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← havenen — definition

Conjugation of havenen

Regular CEFR B1
ˈɦaː.və.nə(n)

toetakelen, beschadigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik haven
jij / je havent
hij / zij / het havent
wij / we havenen
jullie havenen
zij / ze havenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik havende
jij / je havende
hij / zij / het havende
wij / we havenden
jullie havenden
zij / ze havenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik havene
jij / je havene
hij / zij / het havene
wij / we havenen
jullie havenen
zij / ze havenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik havende
jij / je havende
hij / zij / het havende
wij / we havenden
jullie havenden
zij / ze havenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij haven
jullie (archaïsch) havent

Onbepaalde vormen

Infinitief
havenen
Tegenwoordig deelwoord
havenend
Voltooid deelwoord
gehavend

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary