HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← harpoenen — definition

Conjugation of harpoenen

Regular CEFR B2
ˌɦɑrˈpu.nə(n)

to harpoon Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik harpoeneer
jij / je harpoeneert
hij / zij / het harpoeneert
wij / we harpoeneren
jullie harpoeneren
zij / ze harpoeneren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik harpoeneerde
jij / je harpoeneerde
hij / zij / het harpoeneerde
wij / we harpoeneerden
jullie harpoeneerden
zij / ze harpoeneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik harpoenere
jij / je harpoenere
hij / zij / het harpoenere
wij / we harpoeneren
jullie harpoeneren
zij / ze harpoeneren
Aanvoegende wijs — verleden
ik harpoeneerde
jij / je harpoeneerde
hij / zij / het harpoeneerde
wij / we harpoeneerden
jullie harpoeneerden
zij / ze harpoeneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij harpoeneer
jullie (archaïsch) harpoeneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
harpoeneren
Tegenwoordig deelwoord
harpoenerend
Voltooid deelwoord
geharpoeneerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary