HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← halveeren — definición

Conjugation of halveeren

Regular CEFR B2

obsolete spelling of halveren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik halveer
jij / je halveert
hij / zij / het halveert
wij / we halveeren
jullie halveeren
zij / ze halveeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik halveerde
jij / je halveerde
hij / zij / het halveerde
wij / we halveerden
jullie halveerden
zij / ze halveerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik halveere
jij / je halveere
hij / zij / het halveere
wij / we halveeren
jullie halveeren
zij / ze halveeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik halveerde
jij / je halveerde
hij / zij / het halveerde
wij / we halveerden
jullie halveerden
zij / ze halveerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij halveer
jullie (archaïsch) halveert

Onbepaalde vormen

Infinitief
halveeren
Tegenwoordig deelwoord
halveerend
Voltooid deelwoord
gehalveerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary