HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← halveren — definition

Conjugation of halveren

Regular CEFR C2
ˌɦɑlˈveː.rə(n)

tot de helft terugbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik halveer
jij / je halveert
hij / zij / het halveert
wij / we halveren
jullie halveren
zij / ze halveren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik halveerde
jij / je halveerde
hij / zij / het halveerde
wij / we halveerden
jullie halveerden
zij / ze halveerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik halvere
jij / je halvere
hij / zij / het halvere
wij / we halveren
jullie halveren
zij / ze halveren
Aanvoegende wijs — verleden
ik halveerde
jij / je halveerde
hij / zij / het halveerde
wij / we halveerden
jullie halveerden
zij / ze halveerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij halveer
jullie (archaïsch) halveert

Onbepaalde vormen

Infinitief
halveren
Tegenwoordig deelwoord
halverend
Voltooid deelwoord
gehalveerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary