HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gissen — definition

Conjugation of gissen

Regular CEFR C2

een vermoeden uitspreken over iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gis
jij / je gist
hij / zij / het gist
wij / we gissen
jullie gissen
zij / ze gissen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik giste
jij / je giste
hij / zij / het giste
wij / we gisten
jullie gisten
zij / ze gisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gisse
jij / je gisse
hij / zij / het gisse
wij / we gissen
jullie gissen
zij / ze gissen
Aanvoegende wijs — verleden
ik giste
jij / je giste
hij / zij / het giste
wij / we gisten
jullie gisten
zij / ze gisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gis
jullie (archaïsch) gist

Onbepaalde vormen

Infinitief
gissen
Tegenwoordig deelwoord
gissend
Voltooid deelwoord
gegist

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary