HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gisten — definition

Conjugation of gisten

Regular CEFR B1
ˈɣɪs.tə(n)

een proces van fermentatie doen ondergaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gist
jij / je gist
hij / zij / het gist
wij / we gisten
jullie gisten
zij / ze gisten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gistte
jij / je gistte
hij / zij / het gistte
wij / we gistten
jullie gistten
zij / ze gistten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik giste
jij / je giste
hij / zij / het giste
wij / we gisten
jullie gisten
zij / ze gisten
Aanvoegende wijs — verleden
ik gistte
jij / je gistte
hij / zij / het gistte
wij / we gistten
jullie gistten
zij / ze gistten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gist
jullie (archaïsch) gist

Onbepaalde vormen

Infinitief
gisten
Tegenwoordig deelwoord
gistend
Voltooid deelwoord
gegist

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary