HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← generaliseren — definition

Conjugation of generaliseren

Regular CEFR C1
ɣeːnəraːliˈzeːrə(n)

de geldigheid van een conclusie uitbreiden van specifiek naar algemeen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik generaliseer
jij / je generaliseert
hij / zij / het generaliseert
wij / we generaliseren
jullie generaliseren
zij / ze generaliseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik generaliseerde
jij / je generaliseerde
hij / zij / het generaliseerde
wij / we generaliseerden
jullie generaliseerden
zij / ze generaliseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik generalisere
jij / je generalisere
hij / zij / het generalisere
wij / we generaliseren
jullie generaliseren
zij / ze generaliseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik generaliseerde
jij / je generaliseerde
hij / zij / het generaliseerde
wij / we generaliseerden
jullie generaliseerden
zij / ze generaliseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij generaliseer
jullie (archaïsch) generaliseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
generaliseren
Tegenwoordig deelwoord
generaliserend
Voltooid deelwoord
gegeneraliseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary