HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← generen — definition

Conjugation of generen

Regular CEFR C2
ʒəˈneː.rə(n)

zich ~ schaamte voelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik geneer
jij / je geneert
hij / zij / het geneert
wij / we generen
jullie generen
zij / ze generen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik geneerde
jij / je geneerde
hij / zij / het geneerde
wij / we geneerden
jullie geneerden
zij / ze geneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik genere
jij / je genere
hij / zij / het genere
wij / we generen
jullie generen
zij / ze generen
Aanvoegende wijs — verleden
ik geneerde
jij / je geneerde
hij / zij / het geneerde
wij / we geneerden
jullie geneerden
zij / ze geneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij geneer
jullie (archaïsch) geneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
generen
Tegenwoordig deelwoord
generend
Voltooid deelwoord
gegeneerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary