HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gapen — definition

Conjugation of gapen

Regular CEFR C2
ˈɣaːpə(n)

heel diep inademen met de mond ver open, moeilijk om bewust tegen te gaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gaap
jij / je gaapt
hij / zij / het gaapt
wij / we gapen
jullie gapen
zij / ze gapen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gaapte
jij / je gaapte
hij / zij / het gaapte
wij / we gaapten
jullie gaapten
zij / ze gaapten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gape
jij / je gape
hij / zij / het gape
wij / we gapen
jullie gapen
zij / ze gapen
Aanvoegende wijs — verleden
ik gaapte
jij / je gaapte
hij / zij / het gaapte
wij / we gaapten
jullie gaapten
zij / ze gaapten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gaap
jullie (archaïsch) gaapt

Onbepaalde vormen

Infinitief
gapen
Tegenwoordig deelwoord
gapend
Voltooid deelwoord
gegaapt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary