HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gappen — definition

Conjugation of gappen

Regular CEFR B1
ˈɣɑpə(n)

iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen, stelen, pikken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gap
jij / je gapt
hij / zij / het gapt
wij / we gappen
jullie gappen
zij / ze gappen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gapte
jij / je gapte
hij / zij / het gapte
wij / we gapten
jullie gapten
zij / ze gapten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gappe
jij / je gappe
hij / zij / het gappe
wij / we gappen
jullie gappen
zij / ze gappen
Aanvoegende wijs — verleden
ik gapte
jij / je gapte
hij / zij / het gapte
wij / we gapten
jullie gapten
zij / ze gapten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gap
jullie (archaïsch) gapt

Onbepaalde vormen

Infinitief
gappen
Tegenwoordig deelwoord
gappend
Voltooid deelwoord
gegapt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary