HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fingeren — definition

Conjugation of fingeren

Regular CEFR B2
fɪnˈɣeː.rə(n)

voorwenden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fingeer
jij / je fingeert
hij / zij / het fingeert
wij / we fingeren
jullie fingeren
zij / ze fingeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fingeerde
jij / je fingeerde
hij / zij / het fingeerde
wij / we fingeerden
jullie fingeerden
zij / ze fingeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fingere
jij / je fingere
hij / zij / het fingere
wij / we fingeren
jullie fingeren
zij / ze fingeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik fingeerde
jij / je fingeerde
hij / zij / het fingeerde
wij / we fingeerden
jullie fingeerden
zij / ze fingeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fingeer
jullie (archaïsch) fingeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
fingeren
Tegenwoordig deelwoord
fingerend
Voltooid deelwoord
gefingeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary