HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fabriceren — definition

Conjugation of fabriceren

Regular CEFR C2
faː.briˈseː.rə(n)

een product door middel van werktuigen bewerken of vervaardigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fabriceer
jij / je fabriceert
hij / zij / het fabriceert
wij / we fabriceren
jullie fabriceren
zij / ze fabriceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fabriceerde
jij / je fabriceerde
hij / zij / het fabriceerde
wij / we fabriceerden
jullie fabriceerden
zij / ze fabriceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fabricere
jij / je fabricere
hij / zij / het fabricere
wij / we fabriceren
jullie fabriceren
zij / ze fabriceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik fabriceerde
jij / je fabriceerde
hij / zij / het fabriceerde
wij / we fabriceerden
jullie fabriceerden
zij / ze fabriceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fabriceer
jullie (archaïsch) fabriceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
fabriceren
Tegenwoordig deelwoord
fabricerend
Voltooid deelwoord
gefabriceerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary