HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← duwen — definición

Conjugation of duwen

Regular CEFR B1
/ˈdyu̯ə(n)/

trekken (iets of iemand) verplaatsen door ertegen te drukken pousser (puse) Je moet duwen, niet trekken! Il faut pousser et ne pas tirer! iemand naar voren duwen pousser quelqu'un en avant iemand in e Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik duw
jij / je duwt
hij / zij / het duwt
wij / we duwen
jullie duwen
zij / ze duwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik duwde
jij / je duwde
hij / zij / het duwde
wij / we duwden
jullie duwden
zij / ze duwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik duwe
jij / je duwe
hij / zij / het duwe
wij / we duwen
jullie duwen
zij / ze duwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik duwde
jij / je duwde
hij / zij / het duwde
wij / we duwden
jullie duwden
zij / ze duwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij duw
jullie (archaïsch) duwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
duwen
Tegenwoordig deelwoord
duwend
Voltooid deelwoord
geduwd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary