HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dupliceren — definition

Conjugation of dupliceren

Regular CEFR C2
ˌdypliˈseːrə(n)

op een repliek antwoorden, van dupliek dienen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dupliceer
jij / je dupliceert
hij / zij / het dupliceert
wij / we dupliceren
jullie dupliceren
zij / ze dupliceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dupliceerde
jij / je dupliceerde
hij / zij / het dupliceerde
wij / we dupliceerden
jullie dupliceerden
zij / ze dupliceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik duplicere
jij / je duplicere
hij / zij / het duplicere
wij / we dupliceren
jullie dupliceren
zij / ze dupliceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik dupliceerde
jij / je dupliceerde
hij / zij / het dupliceerde
wij / we dupliceerden
jullie dupliceerden
zij / ze dupliceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dupliceer
jullie (archaïsch) dupliceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
dupliceren
Tegenwoordig deelwoord
duplicerend
Voltooid deelwoord
gedupliceerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary