HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← duperen — definition

Conjugation of duperen

Regular CEFR B1

de dupe doen worden, de sigaar doen zijn, iemand nadeel bezorgen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik dupeer
jij / je dupeert
hij / zij / het dupeert
wij / we duperen
jullie duperen
zij / ze duperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik dupeerde
jij / je dupeerde
hij / zij / het dupeerde
wij / we dupeerden
jullie dupeerden
zij / ze dupeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dupere
jij / je dupere
hij / zij / het dupere
wij / we duperen
jullie duperen
zij / ze duperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik dupeerde
jij / je dupeerde
hij / zij / het dupeerde
wij / we dupeerden
jullie dupeerden
zij / ze dupeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij dupeer
jullie (archaïsch) dupeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
duperen
Tegenwoordig deelwoord
duperend
Voltooid deelwoord
gedupeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary