HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← duizen — definition

Conjugation of duizen

Regular CEFR B1
ˈdœy̯zə(n)

to be dizzy, confused Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik duis
jij / je duist
hij / zij / het duist
wij / we duizen
jullie duizen
zij / ze duizen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik duisde
jij / je duisde
hij / zij / het duisde
wij / we duisden
jullie duisden
zij / ze duisden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik duize
jij / je duize
hij / zij / het duize
wij / we duizen
jullie duizen
zij / ze duizen
Aanvoegende wijs — verleden
ik duisde
jij / je duisde
hij / zij / het duisde
wij / we duisden
jullie duisden
zij / ze duisden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij duis
jullie (archaïsch) duist

Onbepaalde vormen

Infinitief
duizen
Tegenwoordig deelwoord
duizend
Voltooid deelwoord
geduisd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary