HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← dulden — definition

Conjugation of dulden

Regular CEFR C2
ˈdʏldə(n)

bereid zijn iets ongestraft te laten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik duld
jij / je duldt
hij / zij / het duldt
wij / we dulden
jullie dulden
zij / ze dulden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik duldde
jij / je duldde
hij / zij / het duldde
wij / we duldden
jullie duldden
zij / ze duldden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik dulde
jij / je dulde
hij / zij / het dulde
wij / we dulden
jullie dulden
zij / ze dulden
Aanvoegende wijs — verleden
ik duldde
jij / je duldde
hij / zij / het duldde
wij / we duldden
jullie duldden
zij / ze duldden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij duld
jullie (archaïsch) duldt

Onbepaalde vormen

Infinitief
dulden
Tegenwoordig deelwoord
duldend
Voltooid deelwoord
geduld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary