Conjugation of dagtekenen
/ˈdɑxˌteː.kə.nə(n)/uit een bepaalde tijd afkomstig zijn Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | dagteken |
| jij / je | dagtekent |
| hij / zij / het | dagtekent |
| wij / we | dagtekenen |
| jullie | dagtekenen |
| zij / ze | dagtekenen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | dagtekende |
| jij / je | dagtekende |
| hij / zij / het | dagtekende |
| wij / we | dagtekenden |
| jullie | dagtekenden |
| zij / ze | dagtekenden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | dagtekene |
| jij / je | dagtekene |
| hij / zij / het | dagtekene |
| wij / we | dagtekenen |
| jullie | dagtekenen |
| zij / ze | dagtekenen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | dagtekende |
| jij / je | dagtekende |
| hij / zij / het | dagtekende |
| wij / we | dagtekenden |
| jullie | dagtekenden |
| zij / ze | dagtekenden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | dagteken |
| jullie (archaïsch) | dagtekent |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | dagtekenen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | dagtekenend |
Voltooid deelwoord
| — | gedagtekend |