HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← correleren — definición

Conjugation of correleren

Regular CEFR B2
/kɔrəˈlerə(n)/

het hebben van een statistische samenhang tussen twee of meer variabelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik correleer
jij / je correleert
hij / zij / het correleert
wij / we correleren
jullie correleren
zij / ze correleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik correleerde
jij / je correleerde
hij / zij / het correleerde
wij / we correleerden
jullie correleerden
zij / ze correleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik correlere
jij / je correlere
hij / zij / het correlere
wij / we correleren
jullie correleren
zij / ze correleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik correleerde
jij / je correleerde
hij / zij / het correleerde
wij / we correleerden
jullie correleerden
zij / ze correleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij correleer
jullie (archaïsch) correleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
correleren
Tegenwoordig deelwoord
correlerend
Voltooid deelwoord
gecorreleerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary